Wat speelde er?
Het college van bestuur van het Koning Willem I College werd verzocht om op grond van de Woo een groot aantal stukken te openbaren. De verzoeker vroeg om uiteenlopende stukken, waaronder een overzicht van externe examenlocaties en interne memo’s over de financiële onderbouwing van uitbesteding van onderwijstaken.
De Wet open overheid bepaalt dat alleen ‘bestuursorganen’ in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) informatie op verzoek moeten openbaren. Het college van bestuur wees het verzoek af omdat het zichzelf niet als bestuursorgaan beschouwt. De verzoeker stapte vervolgens naar de rechtbank.
Geen bestuursorgaan, tenzij
De rechtbank stelde vast dat het Koning Willem I College een organisatie is die volgens het privaatrecht is opgericht, in dit geval in de vorm van een stichting. Organen van een stichting zijn geen bestuursorganen volgens de Awb, tenzij de uitzondering van artikel 1:1, lid 1 sub b, van de Awb van toepassing is.
Wil een orgaan van een privaatrechtelijke rechtspersoon een bestuursorgaan zijn, dan moet dit orgaan bij wet met openbaar gezag zijn bekleed. Dat wil zeggen dat het orgaan de publiekrechtelijke bevoegdheid heeft om eenzijdig de rechtspositie van een burger of bedrijf te wijzigen, bijvoorbeeld door het opleggen van boetes of het verlenen van vergunningen. Organen van privaatrechtelijke rechtspersonen die bestuursorganen zijn, worden ‘b-bestuursorgaan’ genoemd.
Wat was het oordeel van de rechtbank?
De verzoeker betoogde dat het college van bestuur van een MBO-instelling wel een bestuursorgaan is, omdat het college diploma’s uitgeeft. Een diploma is volgens de verzoeker een eenzijdig besluit van de MBO-instellingover een student. De rechtbank volgde dit betoog niet. Op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) ligt de bevoegdheid tot diplomaverstrekking namelijk bij de examencommissie van de MBO-instelling, niet bij het college van bestuur. De rechtbank zag ook geen andere bevoegdheden in de Wet educatie en beroepsonderwijs die het college van bestuur tot bestuursorgaan zouden maken.
Examencommissie is wel bestuursorgaan
De rechtbank bepaalde in deze uitspraak dat de examencommissie van een MBO-instelling wel een bestuursorgaan is. Op grond van artikel 7.4.5a van de WEB stelt de examencommissie vast of een student aan de voorwaarden voor een diploma voldoet. Is dat het geval, dan reikt de examencommissie op grond van artikel 7.4.6 van de WEB een diploma uit. De rechtbank beschouwt de bevoegdheid om een diploma te verstrekken als een publiekrechtelijke bevoegdheid waarmee eenzijdig de rechtspositie van de student wordt beïnvloed. Het diploma heeft bijvoorbeeld gevolgen voor de toelating tot vervolgopleidingen en toegang tot bepaalde beroepen. Daarmee is de examencommissie een b-bestuursorgaan en kan zij onder de Wet open overheid vallen.
Woo en de examencommissie
De examencommissie is alleen een bestuursorgaan als zij haar wettelijke taken uitvoert, zoals het afnemen van examens en het verstrekken van diploma’s. Een Woo-verzoek aan de examencommissie kan daarom uitsluitend betrekking hebben op documenten die met die taken te maken hebben.
Wil iemand inzage in andere stukken, bijvoorbeeld over de financiën van de MBO-instelling, dan is de Woo niet het juiste middel. Deze documenten vallen buiten de wettelijke taken van de examencommissie en dus buiten de Wet open overheid. Een verzoek rechtstreeks bij het college van bestuur indienen helpt dus ook niet: het college van bestuur is geen bestuursorgaan, waardoor de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is. Het niet van toepassing zijn van de Awb heeft overigens nog meer gevolgen voor de behandeling van Woo-verzoeken. Zo zal het college van bestuur ingekomen Woo-verzoeken niet hoeven door te sturen naar de examencommissie omdat de doorzendplicht 2:3 lid 1 Awb niet geldt. In veel overheidsorganisaties geldt die plicht wel.
Heeft u vragen over dit onderwerp? Neem dan contact op met onze specialisten in het onderwijs- en bestuursrecht.