Europese regels in beweging
Ook op Europees niveau verschuift de aandacht. De Europese Unie wil delen van het insolventierecht in de lidstaten beter op elkaar afstemmen. De nieuwe richtlijn moet uiterlijk 22 januari 2029 in Nederlandse wetgeving zijn omgezet. Het doel is onder meer om investeerders meer duidelijkheid te geven over wat er gebeurt als een onderneming binnen de Europese Unie in financiële problemen komt. Jeroen: ‘Op dit moment heeft elke lidstaat zijn eigen regels en is het lastig om te weten welke risico’s je loopt. Als die regels meer op elkaar lijken, wordt dat voorspelbaarder en dat maakt het aantrekkelijker om over de grens investeren.’
Een van de onderdelen in die richtlijn is de pre-pack: een faillissement dat vooraf in stilte wordt voorbereid, zodat de onderneming direct een doorstart kan maken en daarmee waarde kan worden behouden. ‘In Nederland is dat al eerder in de rechtspraak ontwikkeld, maar nooit wettelijk geregeld’, zegt Ralph. Het wetsvoorstel ligt sinds 2016 stil bij de Eerste Kamer. ‘Nu verplicht deze richtlijn de lidstaten om het in te voeren.’ Want soms is de vennootschap niet meer te redden, maar de onderneming wel. ‘In een gewoon faillissement worden alle bezittingen snel minder waard, ten koste van schuldeisers. Bij een pre-pack bereid je een doorstart in relatieve stilte voor. Dat kan helpen om de waarde van een onderneming en werkgelegenheid te behouden. Dit is cruciaal voor ondernemingen waarbij continuïteit van groot belang is. Denk daarbij aan maatschappelijke ondernemingen, ondernemingen met bedrijfsgevoelige processen of ondernemingen met een sterk merk.’
‘Je moet het dak repareren als de zon schijnt, niet wachten tot het water naar binnen loopt.’
Herken de rode vlaggen
Ondernemers moeten vooral niet wachten tot de problemen te groot zijn. Sterker nog: als je eenmaal in liquiditeitsnood zit, is het te laat voor een WHOA-procedure. ‘Een WHOA kost tijd en dus geld’, waarschuwt Michiel. ‘Tijdens dat traject moet je je lopende verplichtingen kunnen blijven betalen. Soms komen bedrijven voorbij waarbij een herstructurering mogelijk was geweest, maar waarbij te lang is gewacht.’ Niet zo gek, want ondernemers zijn van nature optimisten, zegt hij. ‘Ze hopen bijvoorbeeld dat er volgende week een grote opdracht binnenkomt of dat de situatie vanzelf verbetert. Schaamte speelt ook mee: toegeven dat het financieel niet goed gaat, is moeilijk.’ Vertrouwen is daarbij de sleutel. ‘Heb je al tien keer toezeggingen gedaan die je niet bent nagekomen, dan is een goed gesprek met de schuldeisers veel moeilijker.’
Ralph noemt een aantal signalen die ondernemers serieus moeten nemen. ‘Denk aan omzet die structureel terugloopt, betalingsachterstanden die oplopen of geld dat je steeds opnieuw in de onderneming moet steken. Wacht niet tot het echt misgaat. Als je ziet dat de markt verandert of dat opdrachten teruglopen, maak dan samen met je accountant prognoses en verschillende scenario’s. Wat doe je als het tegenvalt? Welke keuzes heb je dan nog? Je moet het dak repareren als de zon schijnt, niet wachten tot het water naar binnen loopt.’
Vooruitdenken begint volgens Michiel niet pas als de eerste rekeningen blijven liggen. Ook bij de start van een onderneming is het verstandig om stil te staan bij mogelijke tegenvallers. ‘Je kunt vooraf nadenken over wat er gebeurt als de markt verandert, bijvoorbeeld door ontwikkelingen zoals AI, of als je bedrijf minder goed gaat draaien. Als je dat vooraf goed regelt, sta je later sterker.’
‘Als je een onderneming kunt redden, blijft werkgelegenheid behouden en kunnen schuldeisers vaak nog een deel van hun geld terugkrijgen.’
Dat betekent niet dat ondernemers meteen een groot herstructureringstraject moeten beginnen. Een eerste gesprek met de accountant of financieel adviseur kan al helpen om de risico’s in beeld te brengen. Michiel benadrukt dat een herstructurering zelden een klus is voor één adviseur. ‘Je hebt juridische kennis nodig, maar ook een goede financiële adviseur, accountant en soms een fiscalist. Samen bekijk je wat er aan de hand is en welke mogelijkheden er zijn.’
Daar ligt volgens de drie advocaten van Financiering & Herstructurering de kern van de rescue culture. Niet wachten tot een faillissement dichterbij komt, maar eerder bespreken wat er nodig is om de onderneming gezond te houden. Jeroen: ‘We kunnen ook aan de voorkant meedenken, zodat je problemen voorkomt of er eerder op kunt reageren. Hoe meer ruimte er nog is om keuzes te maken, hoe groter de kans dat je de onderneming op de rit houdt.’